Podium en Vestdijk

 

Siem Bakker heeft in het tweemaandelijks blad Boekenpost (nr. 148, maart/april 2017) een artikel over de veelbewogen geschiedenis van het literaire tijdschrift Podium (1944-1969). Aandacht is geschonken aan Vestdijk, die een tijdlang redacteur van het progressieve blad was en tussen 1945 en 1956 zelf regelmatig in Podium publiceerde. Veel gedichten verschenen en verschillende romans werden voorgepubliceerd: De andere school helemaal, fragmenten uit De vijf roeiers en De koperen tuin. De redactievergaderingen werden in Amsterdam gehouden. Voor Vestdijk waren ze een mooi alibi om na afloop zijn geliefde vriendin Henriëtte van Eyk te bezoeken. En er te logeren. In het blad schreef Vestdijk in mei 1950 uitgebreid over de novelle Werther Nieland (1949) van Gerard Kornelis van het Reve, een publicatie die bijna door niemand anders toen is besproken. Aan Vestdijk werd een speciaal nummer van Podium aan het begin van de vijfde jaargang gewijd en dat antiquarisch nog wel te koop is.

WH, 28 februari 2017


Curieus voetnootje bij Vestdijks muziekessays

Erik van den Berg las het onlangs verschenen Molto moderato, waarin de briefwisseling tussen Simon Vestdijk en Jozef Eijckmans is verschenen. Het zijn slechts veertien brieven in veertien jaar. Gemiddeld één per jaar stelt hij vast in zijn bespreking in Sir Edmund (25 februari 2017). ‘Het bestempelt deze uitgave tot een curieus voetnootje bij Vestdijks Verzamelde muziekessays in tien banden.’ Ook om andere reden, want ‘aan eigengereide visies geen gebrek, wel aan argumenten.’ Aardig om te lezen hoe de heren  ‘soms flink op elkaars tenen staan.’ Drie sterren voor de bij PROMINENT verschenen uitgave.

WvW, 25 februari 2017

 


Het dunne ik van Emily Dickinson en Simon Vestdijk

Eind december 2016 ging de film A Quiet Passion in de Nederlandse bioscopen in roulatie. De film belicht het leven van de 19de-eeuwse dichteres Emily Dickinson. Vestdijk bestreed de minachting over deze dichteres met een prachtig essay, waardoor zij ook in Nederland bekendheid verwierf. Dat gegeven  maakt nieuwsgierig om deze film van de regisseur Terence Davies te gaan zien, hoewel de  recensies niet overweldigend waren. Ik ben blij de film gezien te hebben , want mij werd duidelijk waarom Hella Haasse over het Dickinson-essay van Vestdijk kon beweren dat het ‘autobiografie’ betrof. Er zijn enkele parallellen tussen beider levens te trekken. Vestdijk werd als een kluizenaar gezien; ook Emily kreeg een gelijkende bijnaam vanwege haar teruggetrokkenheid: ‘de non van Amherst’. Maar dan wel ‘een non’ die het christendom vaarwel zei, en rebelleerde tegen een dominante vader. Overeenkomst tussen beider leven is ook gelegen in het onvervulde verlangen naar een geborgen liefde.

Maar Rob van Dam wijst op nog iets anders in zijn bespreking van de film op 23 februari 2017 (literairnederland.nl). Hij vindt Emily de verpersoonlijking van ‘het dunne ik’. Iemand die niemand kon zijn vanwege  de beperkingen waarmee zij in haar leven te kampen had. Onbedoeld raakt van Dam hier aan een ander raakvlak in het leven van beide auteurs: zij moesten zich schikken naar hun lot. Het tijdperk werkte daarin mee, want ‘het dikke ik’ was er nog niet. Dat werd pas in 2005 door de filosoof Kunneman gemunt.

WvW, 23 februari 2017


Oude liefde vergaat niet

Dichter, essayist en criticus Rob Schouten is Vestdijk nog steeds toegedaan. Ooit schreef hij een machtig essay over muzikale motieven in het werk van Vestdijk. Dat is al lang geleden, maar in zijn columns voor Trouw duikt de schrijver met de ‘duizendvoudige tong’ nog regelmatig op.

Bijvoorbeeld in zijn column ‘De bimbo en de nerd’, over de zogenaamde sapioseksueel ( 17 januari 2017): ‘Ik moest denken aan de roman De ziener van Vestdijk, waarin leerling Dick Thieme Backer een soortement platonische liefdesrelatie begint met zijn lerares juffrouw Rappange, niet mooi ( “Ze is foeilelijk”, terwijl men daar toch niet geheel zeker van was’), wel geleerd.’

Als hij in Londen is geweest in de National Gallery van Londen schrijft hij over het schilderij ‘Une  baignade à Asnières van Seurat’ (7 februari): ‘Het heeft iets van psalm 23: “Hij doet mij nederliggen in grazige weiden. Hij voert mij aan rustige wateren”. En ook van het halflandelijke, waarover Vestdijk ooit schreef: ‘Ik houd het meest van de halfland’lijkheid. Van vage weidewinden die met lijnen Vol wasgoed spelen.’

WH/WvW, 15 februari 2017


Schrijven als ‘bijbaan’

De gebundelde essays van Doeschka Meijsing in Hoe verliefd is de lezer? zouden door haar zelf nooit in boekvorm bijeen zijn gebracht. Wat zij schreef voor krant of tijdschrift werd door haar geplaatst in de categorie ‘bijbaan’. Zij onderscheidde dat werk van ‘echt schrijven’, waarbij de hand het werk deed met de vulpen in grote schriften.
Xandra Schutte heeft dit onderscheid genegeerd en drieëntwintig essays van Meijsing gebundeld. Een reden daarvoor is dat zij zicht geven ‘op de bronnen van haar schrijverschap.’

Dit geldt ook voor het essay ‘De eenzame ziener. Over S. Vestdijk’. Lichtvoetig, maar toch scherp analyseert Meijsing waarom Vestdijk die haar vanaf haar vijftiende ‘voor een groot deel [heeft] opgevoed’ niet meer door de jongeren gelezen wordt. Zij wijt dat aan de komst van de Mammoetwet in 1968 waardoor eerst geschiedenis, daarna ook literatuurgeschiedenis werd gedegradeerd tot keuzevak. Maar ook Vestdijk zelf is er debet aan. Bij alle moois wat over ‘het genie’ te vertellen valt –en dat doet zij en passsant- is hij een moeilijk schrijver, qua stijl, qua thematiek: ‘het leren van tricks & trucs op de computer is vele malen gemakkelijker dan het lezen van een boek van Vestdijk.’

WvW, 3 februari 2017


Kalender: Actueel

februari 2017
m D w d v Z Z
« jan   mrt »
 12345
6789101112
13141516171819
20212223242526
2728  

Categorieën