Vormen van idealisme bij Vestdijk

JeroenVanheste

Vestdijk was goed thuis in de filosofie. Jeroen Vanheste, universitair docent/onderzoeker aan de Open Universiteit heeft het filosofische idealisme in het werk van Vestdijk onderzocht. In ‘De vrije vogel en zijn kooien’, verschenen in het Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde (jrg. 132, 2016/2) betoogt Vanheste dat de ontwikkeling van Vestdijks filosofisch idealisme loopt van Schopenhauer naar Nietzsche. Het betreft een overgang van een ‘gouden kooi’ naar een ‘vrije vogel’.
De eerste vorm van idealisme kenmerkt zich door ‘terugtrekking in een gouden kooi’. De bekendste uitwerking hiervan is het ‘Ina Damman-complex’, waarin idealiseren en verlangen hoger staan dan vervulling. Het gaat gepaard met ‘wereldverzaking’, zoals Nol Rieske overkomt in De koperen tuin. Daarnaast werkt Vestdijk een tweede vorm van idealisme uit als een ‘scheppende vrije vogel’. Er is geen primaat meer van innerlijke verbeelding; daarvoor in de plaats komt er een vrije vogel die uiting geeft aan een creatief idealisme. Wat echter blijft is het isolement, want ook de vrije vogel stuit op de ‘grotere kooi van de eigen subjectiviteit’, een menselijke conditie. De vrijheid blijft toch relatief.

WvW, 12 juli 2016

Terug omhoog

Aanwinsten

lm-jaarverslag-2015

Het Jaarverslag van het Letterkundig Museum kent weer een volwaardig papieren versie, dat ook aan de ‘Vrienden’ van het museum is toegezonden. Indrukwekkend is de lijst met ‘Aanwinsten 2015’ gevolgd door een lijst met schenkers en bruikleengevers.  Er loopt in een jaar tijd heel wat binnen in ‘ons aller museum’.
Ook het archief van Vestdijk groeide in 2015 weer aan. Een overzicht:
Wouter Blok, correspondentie met o.a. Hella Haasse, C.O. Jellema en S. Vestdijk; Nol Gregoor, typoscripten van interview met S.Vestdijk;  Dolf Hamming, archivalia betreffende  vele schrijvers; Wim Hazeu, archivalia betreffende de Vestdijk-biografie; waaronder S. Vestdijk; en Theo den Heijer, knipsels en brieven van o.a. Ad den Besten en S. Vestdijk.

WvW, 18 juni 2016

Terug omhoog

Literaire thrillers

1957-marionettenspel-met-de-dood

In Sir Edmund, de weekeinde-bijlage van De Volkskrant, schreef René Appel op 4 juni een beschouwing over literaire thrillers, over de populariteit  en over de niet onomstreden status van het genre. Hij citeert uitvoerig uit Marionettenspel met de dood van Vestdijk (en Dresden) en constateert in dat verband: ‘Merkwaardig is verder dat Vestdijk ooit zelf een totaal mislukte poging waagde tot het schrijven van een misdaadroman, De onmogelijke moord (1966).’

FH, 4 juni 2016

Terug omhoog

‘De oubliette’ moest wel over Stalin gaan

winterse-buien

Rubrieken van kroniek 127 besteedde al aandacht aan de van origine Estse Sana Valiulina (1964). Ruim 25 jaar geleden emigreerde zij vanuit Tallinn voor de liefde naar Nederland. Van haar verscheen in mei Winterse buien, waarin haar integratie in ‘Ghollandija’ als rode draad doorheen loopt. Typerend is haar opstel ‘Ken uw klassieken’. Hierin beschrijft zij hoe toppers uit de Nederlandse literatuur, zoals Couperus, Slauerhoff, Nijhoff en Vestdijk haar veel over haar nieuwe vaderland hebben geleerd. Gelukkig is ook haar eerder in de NRC (1996) verschenen opstel opgenomen ‘Vestdijk en het nut van het lezen’. Het begint zo: ‘Na het moderne Nederlandse korte-zinnetjes-proza is het lezen van Vestdijk een verademing. Eindelijk weer die lange vertrouwde zinnen, waarvan de ingewikkelde syntaxis de enige juiste manier lijkt om de ongrijpbare werkelijkheid te weerspiegelen’.  Dit opstel gaat echter over Vestdijks verhaal De oubliette en haar conclusie is verrassend: het verhaal moest wel over Stalin gaan!

WvW, 31 mei 2016

Terug omhoog

De ‘foute’ start van een pocketreeks

keerpunten-novellen

In de tweede helft van de jaren vijftig gaf De Bezige Bij aanzien aan het pocketboek. Toch verdrong na twee jaar al de ‘Literaire Reuzenpocket’ zijn voorganger. Waarom? Hierover schrijft J.L. Dijkhuis in Boekenpost (mei/juni 2016). Het begon met de bloemlezing van Nederlandse dichteressen na 1900, samengesteld door Nel Noordzij in een voor pockets afwijkende afmeting. De Bezige Bij hield er een rechtlijnige opvatting op na over wat een pocket was: het had geen harde band. In 1957 bracht de uitgever Keerpunten , een bloemlezing van Vestdijks novellen uit in weer een ander formaat 20×12. In hetzelfde jaar verschenen er nog een aantal titels wel in het voor pockets gangbare formaat 18×10,5. Maar Vestdijks tweede pocket Kunst en droom met gebloemleesde essays verscheen weer vrijwel in het formaat van Keerpunten. Ook de kaften verschilden onderling, slappe kaft, geplastificeerde kaften, naast de Vestdijk-bloemlezingen ‘in karton’.
Pas in 1958 kwam hieraan een eind. De Literaire Pockets werd tot reeksnaam verheven, nadat een en ander was gefatsoeneerd in formaat en in nummering. Het ging wel ten koste van Vestdijk: die bleek geëlimineerd. Zijn bloemlezingen vielen buiten het nieuwe format.

WvW, 18 mei 2016

Terug omhoog

Kalender: Actueel

juni 2019
M D W D V Z Z
« mei    
 12
3456789
10111213141516
17181920212223
24252627282930

Categorieën