Het moderne dilemma: gender

Criticus Rob Schouten houdt van precieze en geduldige tekening van karakters en handelingen. Dat is op te maken uit zijn bespreking van het vierde deel van de cyclus over Ewout Meyster door Wessel te Gussinklo. Ook in het vierde deel als Meyster Op weg is naar De Harz, behoort dit personage tot ‘dat exclusieve kringetje’ van personages dat je als lezer ‘zo goed leert kennen, dat ze je vertrouwd worden, haast als vrienden.’  Schouten doelt op Anton Wachter, Kees de jongen en Albert Egberts. Hij overweegt nog Eline Vere maar zij valt af, bij Schouten zijn het mannen.

Voorafgaand in dezelfde Verdieping van Trouw (10/11 oktober) houdt Maaike Meijer zich bezig met ‘De eeuwige prijzenkloof’ tussen mannen en vrouwen. Zij schrijft verontwaardigd over dat voor de komende Boekenbon Literatuurprijs ‘weer maar één vrouwelijke auteur is genomineerd.’ Twee keer in haar essay valt ze erover dat Uit het leven van een hond van Sander Kollaard de afgelopen keer is verkozen boven Vallen is als vliegen van Manon Uphoff, terwijl de laatste roman ‘door veel lezers en critici hoger gewaardeerd’ is. Volgens Meijer komt dat door ongelijke kansen van vrouwelijke kunstenaars.

Daar ben ik niet zo zeker van. Mogelijk ligt het niet aan de auteur, maar aan de hoofdpersoon. In Uit het leven van een hond is het hoofdpersonage een man; bij Vallen is als vliegen een vrouw. Kan het zijn dat ik daarom de roman van Kollaard hoger aansloeg dan van Uphoff?

WvW, 12 oktober 2020


Kalender: Actueel

oktober 2020
M D W D V Z Z
« sep    
 1234
567891011
12131415161718
19202122232425
262728293031  

Categorieën