Algemene ledenvergadering Vestdijkkring op 4 april 2020

De algemene ledenvergadering van de Vestdijkkring wordt gehouden op zaterdag 4 april 2020 om 13.30 uur. Locatie: Forumzaal zesde etage, Openbare Bibliotheek Amsterdam, Oosterdokskade 43.

Na een korte pauze zal om 15.00 uur het inhoudelijk programma volgen. Nico Keuning zal in een lezing van ongeveer een uur spreken over zijn onlangs uitgekomen biografie Een ongeneeslijk heimwee, leven en werk van Willem Brakman. In zijn lezing, getiteld De relatie tussen Simon Vestdijk en Willem Brakman, zal Keuning extra aandacht schenken aan de contacten tussen Willem Brakman en Simon Vestdijk.

De agenda voor de vergadering (pdf-formaat):  VK agenda 4 april 2020
De overige stukken voor de vergadering volgen zo spoedig mogelijk.

RJ, 19 februari 2020

Terug omhoog

De popularisering van Vestdijk

In de Vestdijkkroniek #134 en ook op deze website verscheen een vragenformulier om uw mening te peilen over wat te doen tegen de brede ontlezing. In de media is het onderwerp moeilijk te negeren. De overheid laat er onderzoek naar doen. Klassiekers worden gepopulariseerd om het tij te keren. Om het verschijnsel te bevestigen hoor of lees je vaak in de media dat ‘zelfs’ Simon Vestdijk niet meer gelezen wordt. Moeten klassiekers nog wel (verplicht) gelezen worden?  Christiaan Weijts gooide een steen in de vijver: ‘Fuck de canon, lezen is vrijheid.’ Leeft het debat ook onder de leden van de Vestdijkkring?

Uitgangspunt in het vragenformulier was de tegenstelling tussen twee vrouwen die hiermee de publiciteit hadden gezocht. Maria Mathijsen is om; zij is gezien de ontwikkelingen nu voor popularisering van klassieke boeken: ‘Liever een luie lezer dan geen lezer. Hertalen mag!’ Sylvia Witteman begrijpt haar goede bedoelingen, maar vreest een negatief effect: lezers raken ontgoocheld en vragen zich na hertaling af waarom een schrijver ooit beroemd was.

De animo voor de vragenlijst bleek onder onze lezers/volgers teleurstellend laag, zeven ingevulde formulieren werden ingestuurd. Slechts vier van hen waren lid van de Vestdijkkring! Te weinig om er iets zinnigs over te kunnen zeggen. Het is alleen uit respect naar degenen die het formulier wel hebben ingevuld dat hier een korte impressie gegeven wordt van de reacties.

Het standpunt van Mathijsen en Witteman houden elkaar bijna in evenwicht: vier zijn voor Witteman, drie voor Mathijsen.

Onder de mogelijke vormen van popularisering scoren inkorten en illustreren gemiddeld het laagst, gevolgd door hertalen; het hoogst scoren verfilming en tv-spel. Hertalen neemt een middenpositie in, ook als men hierover een verwachting uitspreekt over hoe dit bij schoolgaande jeugd zou vallen. De scores bij inkorten, hertalen, verstrippen en illustreren lopen wel meer uiteen. Voor één respondent blijken deze vormen ‘onbespreekbaar’. Een ander bindt hertalen aan een strikte voorwaarde: ‘het is alleen toegestaan, zoals bij een vertaling vanuit een oorspronkelijke taal naar een andere taal. Het gaat niet om versimpeling, maar om vertaling naar eigen(tijdse) taal.’

Titels die voor hertaling worden genoemd zijn: De kellner en de levenden, Terug tot Ina Damman, Meneer Visser’s hellevaart, De koperen tuin. Voor de meest gewaardeerde vorm van popularisering (verfilming) worden de volgende titels aangedragen: De vuuraanbidders, Het vijfde zegel, Rumeiland, De kellner en de levenden, Iersche nachten, Aktaion.

Wilbert van Walstijn, 5 januari 2020

Terug omhoog

Naar den duivel met Biskaye!

Na zijn artsexamen te hebben afgelegd, neemt Simon Vestdijk her en der praktijken waar van huisartsen. Een brief van Mick de Vries, oud-studiegenoot van Vestdijk en vriend die als arts werkzaam is in Soerabaya, doet Vestdijk uiteindelijk besluiten zich aan te melden als scheepsarts op de Kota Inten. De reis gaat van Rotterdam naar Oost-Indië en terug.

Vader Vestdijk heeft de brieven, die zijn zoon naar huis stuurde gedurende zijn goed betalende dienstverband als scheepsarts, omgewerkt tot een epos op rijm. Het origineel is opgetekend in een schoolschriftje dat in het bezit is van het Literatuurmuseum. Het is niet eerder gepubliceerd.

Flip Hammann heeft het in een monografie nu bezorgd en voorzien van een inleiding en verantwoording. Hij stelt vast dat vader Vestdijk geen groot dichter was, maar ‘gaande zijn dichtwerk wordt zijn toon losser en lezen we leuke passages en curieuze details.’

Een leuk kerst/nieuwjaarsgeschenk voor leden van de Vestdijkkring, maar voor belangstellenden te bestellen, door overmaking van:
€10,-, (€7,50 voor leden) naar Vestdijkkring, reknr. NL 21INGB0002652301 ovv, Epos, uw naam adres.

WvW, 25 december 2019

(correcties HT, 13-01-2020: prijs inclusief porto, en rekeningnummer)

Terug omhoog

Symposium Vestdijk, Rembrandt en beeldende kunst


De knipoog-afbeelding van Paul Dentz als blikvanger voor onze bijeenkomst (2 november) veronderstelt raakvlakken tussen Simon Vestdijk en Rembrandt. Beeldende kunst speelt sowieso bij Vestdijk een belangrijke rol in gedichten, verhalen, romans en essays. Opmerkelijk: Rembrandt ontbreekt in géén van die genres. Beide kunstenaars brachten een groot oeuvre tot stand, beide hebben in hun werk veel aandacht voor zichzelf, Rembrandt in zelfportretten, Vestdijk in zijn autobiografische Anton Wachterreeks, en naar eigen zeggen ook in alle ik-personages.

Anton Korteweg

Voor Vestdijk geldt de eenheid van de kunsten. Dat verklaart waarom in zijn werk beeldende – maar ook toonkunst- diep zijn doorgedrongen. Kunstenaars beziet hij als getuigende voyeurs.  Vestdijk schreef ruim honderd ‘beeldgedichten’, gedichten naar een schilderij, tekening, ets, sculptuur of foto. De dichtbundel Rembrandt en de engelen is hiervan een fraai voorbeeld. De ontstaansgeschiedenis van de bundel en de eigenaardigheden ervan werden door oud-directeur van het Literatuurmuseum –en zelf dichter- Anton Korteweg op de voet gevolgd. De gedichten ‘Lezende Titus’, ‘Saul en David’ en ‘Zelfportret’ dat in het Wallraf Museum in Keulen hangt boeiden hem het meest.

Eleonore van Sloten

 

Vestdijk schreef drie essays die geheel aan Rembrandt zijn gewijd. Het eerste over het schilderij ‘De Poolse ruiter’ dateert uit 1946. In 1956 volgden twee andere essays. Eén kort essay over ‘Rembrandt als tekenaar’ werd besproken door Leonore van Sloten, werkzaam als conservator in het Rembrandthuis. Het bezit een ruime collectie tekeningen en etsen. Zij besprak het essay lovend. Vestdijk neemt het niet alleen op voor de tekenaar, maar ook voor de onderbelichte etser. Vestdijk vindt Rembrandts tekeningen ‘spontaner’, maar de etsen ‘monumentaler’. Van Sloten kon dit oordeel wel waarderen.

Epco Runia

Dit Rembrandtjaar ter herdenking van de 350ste sterfdag van de meester opende in het Rembrandthuis met een tentoonstelling over Rembrandt’s Social Network. Epco Runia, hoofd collectie van het Rembrandthuis, deed hiervoor onderzoek naar Rembrandts sociale netwerk. De rebelse schilder blijkt veel, heel veel mensen uit zijn sociaal netwerk te hebben geschilderd, ook familieleden die toen ‘bloedvrienden’ werden genoemd. In een opstel over ‘Rembrandt en zijn mensen’ telt Vestdijk het aantal ‘koppen’ dat op drie groepsportretten voorkomen, De Nachtwacht, De anatomische les en De Staalmeesters (31+9+6). Genoeg voor Vestdijk om te concluderen dat Rembrandt een ‘mensenschilder’ is. Runia vindt het een verrassende invalshoek. Maar toch mondde zijn voordracht uit in een botsing tussen de literator en de kunsthistoricus. Vestdijk vindt hij een goed observator, met verrassende invalshoeken maar zijn subjectieve waardeoordelen (gezichten als wassen beelden) zijn voor hem als de kunsthistoricus niet te volgen.

In de eerstvolgende Vestdijkkroniek volgt meer over de voordrachten van de inleiders.

WvW, 5 november 2019

Terug omhoog

Schrijvende dokters

De leerstoel ‘Literatuur&Geneeskunde’ aan het VUMC organiseerde op 21 september jl. in Amsterdam een symposium over vier schrijvende dokters. Het ging om Arnold Aletrino, Frederik van Eeden, Jan Slauerhoff en Simon Vestdijk. De leerstoel-hoogleraar Arko Oderwald hanteert twee definities voor het begrip ‘schrijvende dokter’. Het gaat om dokters die literair erkend zijn of om dokters die als schrijver bekender zijn dan als dokter. Op de vier schrijvende dokters om wie het hier gaat zijn beide omschrijvingen van toepassing. Een overeenkomst is voorts dat alle vier in Amsterdam hun opleiding tot arts hebben gevolgd, maar niet tegelijkertijd. Tussen Aletrino en Van Eeden enerzijds en Slauerhoff en Vestdijk anderzijds ligt een leeftijdsverschil van bijna veertig jaar. Het gaat duidelijk om twee verschillende literaire generaties: de Tachtigers en de Modernisten. Toch was het opvallend dat in de vier tweeluiken (acht lezingen!) over de schrijvers steeds twee begrippen naar voren kwamen: doodsangst en tweespalt! Over elke schrijver waren er steeds twee sprekers, één vanuit een literaire invalshoek, en één vanuit medische invalshoek. Onder de sprekers waren twee biografen Jan Fontijn over Van Eeden en Wim Hazeu over Slauerhoff. Over Vestdijk spraken Van Walstijn (Vestdijkkroniek)* en de emeritus hoogleraar psychiatrie Van Tilburg.  Er wordt nog overlegd hoe de lezingen te publiceren.

Het symposium waar ruim 200 personen op afkwamen, werd afgesloten door Jankobus Seunnenga en Dick Vestdijk. Zij vertolkten muzikaal gedichten van Vestdijk en Slauerhoff.

WvW, 23 september 2019

* De powerpoint-presentatie van Wilbert van Walstijn (pdf-bestand)

Terug omhoog

Kalender: Activiteiten

februari 2020
M D W D V Z Z
« jan    
 12
3456789
10111213141516
17181920212223
242526272829  

Categorieën