Vestdijk, Vestdijk en Vestdijk

Er is in de geschreven pers veel aandacht besteed aan de 50e sterfdag van Vestdijk en aan de herdruk van Een Alpenroman en het verschijnen van De toetssteen van Kees ’t Hart en Maarten ’t Hart. Nu komt Boekenpost van mei/juni 2021 (jaargang 29, nummer 173) zelfs met een drietal Vestdijk-artikelen.

In de vaste rubriek ‘Opinie’ van schrijver en biograaf Wim Hazeu beschrijft deze onder de titel ‘Vestdijk en de Kaapse Bossen’ hoe Vestdijk zich, na o.a. in Den Haag en Scheveningen te hebben gewoond, vestigt in Doorn. ‘Het ging Vestdijk om het isolement en dus de rust, en om de wandel- en spookbossen,’ aldus Hazeu. Over dat zo gewenste isolement vermeldt hij de volgende anekdote: ‘Toen de burgemeester hem op een morgen een koninklijke onderscheiding op kwam spelden, was hij niet verbaasd dat de gelauwerde op zijn pantoffels vanuit zijn werkkamer even naar beneden kwam, om zich na het opspelden meteen weer naar zijn Remington tikmachine te spoeden.’ Hazeu doet een ernstige aanbeveling: ga door de Kaapse Bossen wandelen om dichter bij Vestdijk en zijn werk te komen. Vervolgens behandelt hij kort enkele boeken die in de omgeving spelen. ‘Zijn leven werd Droom en Doorn. In de verbeelding kon hij schrijven, in Doorn leven. In de bossen wandelde hij om in conditie te blijven en om depressieve perioden te overleven.’ En Hazeu sluit af: ‘(geef) verbeelding een kans. Ze kan worden aangejaagd door bossen, villa’s, een buitenplaats, huis Doorn en de woningen van Vestdijk. Moge dat alles blijven. Als geschiedenis geen vorm of gestalte heeft, valt elke droom in duigen.’

In de rubriek ‘De collectie’ presenteert het Literatuurmuseum in Den Haag steeds een bijzonder voorwerp uit de collectie. Onder de kop ‘De plannen van Vestdijk’ in deze Boekenpost aandacht voor het dummy-exemplaar van De ziener waarin vorig jaar twee potentiële Vestdijkromans bleken schuil te gaan. Verwezen wordt naar de site Literatuurmuseum.nl waar het rijk geïllustreerde artikel  te lezen is dat Bertram Mourits schreef over deze dummy. Deze ‘digitale expositie’ is in de plaats gekomen van de geplande expositie in het Literatuurmuseum, die vanwege corona geen doorgang kon vinden. Leden van de Vestdijkkring lazen al een versie van dit verhaal in Vestdijkkroniek 137, pagina 59, Dick Vestdijk en Bertram Mourits, ‘Gigolo’s / De vaders weten het niet meer. Onverwacht handschrift in een dummy’.

Een derde Vestdijk-verwijzing in de rubriek ‘Nieuws’: een verslag van de herdenking van de 50e sterfdag in het Theater aan het Spui in Den Haag, te volgen via livestream, ‘50ste sterfdag. Simon Vestdijk herdacht’. Hierin een kort verslag van de verschillende bijdragen van de sprekers.

En dan was er nog het volgende. Op zaterdag 1 mei verscheen een recensie in Noordhollands Dagblad/Haarlems Dagblad/Leidsch Dagblad over De toetssteen. Recensent Sonja de Jong gaf het boek vier (van de vijf) sterren. ‘Dankzij de stilistische gaven van beiden is dit een ook voor niet Vestdijkkenners boeiend boek.’ En: ‘Het is geen boek dat je in een ruk uitleest, daarvoor komt er teveel informatie op je af. Maar dankzij de consequent licht gehouden toon is deze briefwisseling toch erg fijn om te lezen.

Om te eindigen met een citaat uit een door Vestdijk zeer bewonderd boek: ‘Het is gezien (…) het is niet onopgemerkt gebleven.’

RJ, 2 mei 2021

Terug omhoog

Open brief over De Toetssteen

Hieronder een open brief van Wilbert van Walstijn aan Kees ’t Hart (en Maarten ’t Hart) naar aanleiding van hun brieven over Vestdijk, gebundeld in De toetssteen.

De reactie van Kees ‘t Hart is hieraan toegevoegd.

Open brief over De Toetssteen (pdf)

HT, 12 april 2021

 

 

Terug omhoog

Vermakelijk maar mis geschoten

De nadruk op de fraaie ‘krankzinnige zinnen’ die Vestdijk ‘zomaar uit zijn mouw schudde’ is vanuit ‘werkplaatsperspectief’ begrijpelijk, maar onvoldoende om zijn oeuvre blijvend te beademen. Dit betoogt Jeroen Vullings in Elseviers Weekblad van 10 april over de verschenen briefwisseling tussen Maarten en Kees ’t Hart. Zij schrijven heerlijk over hun literaire maat der dingen, Simon Vestdijk. Maar hun briefwisseling gebundeld in De toetssteen zal geen Vestdijk-revival inluiden. Daarvoor is hun correspondentie te zeer ‘manna voor de laatst overgebleven vestdijkianen.’ Daar is Sylvia Witteman er een van die dan ook hartelijk verwelkomd wordt. Vestdijks verrassende en geestige zinnen vormen, volgens Vullings niet Vestdijks essentie, want zij ‘waren geen doel, maar een middel.’ Bij Vestdijk, een schrijver ‘boven in het pantheon ontkom je voor nader begrip niet aan duiding, aan een weidse blik.’

Jeroen Vullings, ‘Onder vestdijkianen’, Elseviers Weekblad, 10 april 2021

WvW, 10 april 2021

Terug omhoog

‘Mama, jij weet het allemaal óók niet!’

Binnenkort wordt de zoon van de schrijvende moeder Sylvia Witteman ondervraagd over de negen Nederlandse romans die hij heeft gelezen. Het eindexamen komt angstig dichterbij en zoonlief gaat bij zijn moeder te rade. Het gaat over ‘stromingen’: De waterman van Van Schendel? En: Mijn zuster de negerin van Cola Debrot? In welke literaire stromingen passen deze romans? Sylvia slaat aan het googlen. Cola Debrot zelf noemde het ‘romantisch realisme’, waarop de vraag volgde: ‘Wat zijn daar de kenmerken van? Hebben we in de Nederlandse literatuur wel echte romantici, peinst Sylvia. Dan maar Ivoren wachters. Dat boek kent moeder ‘zowat uit haar hoofd’, maar weer slaat zij aan het peinzen. Naturalisme? Deels…nieuwe zakelijkheid…? Maar je kunt Vestdijk toch niet met Bordewijk over een kam scheren? Of… De zoon kijkt haar glazig aan, teleurgesteld want moeder heeft toch Nederlands gestudeerd. Dan zegt zij gauw: ‘Ivoren wachters is een psychologische roman.’ De zoon had al besloten het aan een meisje uit de klas te gaan vragen: ‘Zie je wel, jij weet het allemaal óók niet’, hoonde hij en voegde nog toe ‘Jij leest gewoon voor je plezier’.

‘Stroming’, column Sylvia Witteman, Volkskrant 10 april 2021

WvW, 10 april 2021

Terug omhoog

De magie is er nog steeds!

Het was een hoogtepunt tijdens de herdenking van de vijftigste sterfdag van Vestdijk, de bijeenkomst op zondag 27 maart in het Haagse Theater aan het Spui. Te volgen via livestream. Een krachtig eerbetoon in woord en met muzikale omlijsting door het voor deze gelegenheid omgedoopte ‘Vestdijkkwartet’ (alias Residentiekwartet). De bezielende leiding was in handen van Kees ’t Hart, die de andere vestdijkfans introduceerde. Afgewisseld door muziek uit Vestdijks roman De koperen tuin. Dat kon niet missen: de Stars and Stripes, het ‘volkslied van de liefde’ tussen Nol en Trix en fragmenten uit de opera Carmen in de roman opgevoerd door dirigent Cuperus.

Kees ’t Hart liet niet na Vestdijk neer te zetten als een magisch schrijver. Hij deed dat aan de hand van de openingsscene uit De koperen tuin waarin een binnenvliegende bal de roman in gang zet. Volgens Kees ’t Hart draait het bij Vestdijk veelal uit op een omschrijving met omcirkelende raadselachtige zinnen die de magie in werking zetten.

Schrijfster Marja Pruis zette in op de Anton Wachterromans. Alles wat Vestdijk tot Vestdijk maakt zit daar in. Veel plezier beleeft zij aan de precieze persoonsbeschrijvingen van de verpleegsters waarop Anton verliefd wordt. Eigenlijk steeds een beschrijving van ‘ziektegevallen’, want aan iedereen is wat loos. Lang geleden stelde zij een Wie is wie in de Anton Wachterreeks samen, waarin meer dan 200 honderd personages worden samengevat.

Peter Buwalda roemde Vestdijk als een stilistisch mirakel. Hij had net zijn 22ste Vestdijk gelezen: De ziener; een boek dat hij zeker in zijn top tien zou opnemen. Maar wie weet wat er nog meer komt… Niet alles van Vestdijk haalt die hoge kwaliteit, maar toch heeft elk boek wel wat bijzonders te bieden. Als voorbeeld noemde hij De held van Temesa, dat vaak genoemd wordt als meesterwerk. Hij vindt het een mindere roman, maar het gekke is dat hij hem nu toch wel de Librisprijs zou geven.

Dick Vestdijk verraste met de keuze van drie gedichten die hij voorlas. Twee gedichten over ‘Vestdijksteden’. De eerste over Amsterdam met de fraaie dichtregel: Wij blaad’ren in de grachten als in boeken. En het tweede over zijn Stad aan de wadden. Het derde nagelaten gedicht koos Dick ‘vanwege de actualiteit’ met het oog op Amelisweerd, klimaatcrisis, vergroening en behoud van natuur. Het gedicht Fragment is bijzonder fraai en begint zo:

Het is een levend wezen, ieder bosch
Het leeft, ook als een deel, een helft ervan
Gerooid wordt en met villa’s wordt uitgedost

 In de top tien van hoogleraar moderne literatuur Jacqueline Bel staat Else Böhler, Duits dienstmeisje. Zij prijst deze roman aan vanwege het standsverschil en machtsverschil tussen beide hoofdpersomen. Johan, student rechten en Else Duits dienstmeisje waarvan er in de jaren twintig van de vorige eeuw velen naar Nederland waren gevlucht. Er zijn twee omstandigheden waardoor het stands- en machtsverschil tussen beide geëffend, zo niet omgekeerd wordt. Johan moet zich bedienen van het Duits en is verliefd op Else. De eigenzinnige Else toont op beslissende momenten haar onafhankelijkheid.

Alfred Birney ten slotte had zich verbaasd dat bij de uitbraak van de corona-epidemie niet Vestdijks Het veer in de top tien verscheen, maar wel het saaie De pest van Camus. Hij las voor uit die Franse roman en zette een fraai fragment uit Vestdijks novelle daar tegenover. Hij had een advies voor het CPNB voor de komende actie Nederland leest…: Geef alle Nederlanders dit boek cadeau!

WvW, 30 maart 2021

 

Terug omhoog

Kalender: Actueel

mei 2021
M D W D V Z Z
« apr    
 12
3456789
10111213141516
17181920212223
24252627282930
31  

Categorieën