
Op YouTube verscheen recent het gesprek met Henriëtte van Eyk en Jeanne Schaik-Willing over Vestdijk. Deze video-opname werd uitgezonden op 20 april 1980.
Een bericht hierover verscheen ook op Tzum.
HT, 5 augustus 2025

Onlangs is een biografie uitgebracht, geschreven door Arthur van Dijk, met de titel Een lied dat niet sterven zal – Het rusteloze leven van Willem Pijper (1894-1947).* Een recensie door Guido van Oorschot in de Volkskrant van 28 juni begint als volgt.
De componist Willem Pijper heeft zich weer eens in de nesten gewerkt. Krakende moeilijkheden tussen twee minnaressen, schrijft hij in 1937 aan zijn vriend Simon Vestdijk, ‘Zeer ten ongerieve van mijn werkkracht’. Of Vestdijk, de schrijver en horoscooptrekker, zijn licht wil laten schijnen over ‘de beide vrouwen in dit polytonale spel’.
Vestdijk antwoordt: ‘Mars in Taurus is toch al niet zo gunstig op zichzelf, maar zit er een Aquarius tegenaan, dan wordt het zoiets als een Allemande van Bach, bedreigd door jazzritmes.’
Opnieuw wordt Simon Vestdijk zo toch maar weer nadrukkelijk in een krant vermeld.
Kees Blankendaal, 28 juni 2025
* In Vestdijkkroniek nr. 146 zal meer aandacht worden geschonken aan deze biografie.

Een lezer van onze berichten meldde ons dat in de najaarsbrochure van De Arbeiderspers een aankondiging staat van een boek van Pauline Slot over het lezen van de 52 romans van Vestdijk. Dit boek Een jaar met Simon verschijnt in januari 2026.
Hierbij een link naar de webpagina van De Arbeiderspers.
Hieronder een afbeelding van de betreffende pagina in de brochure. (Klik op de afbeelding om te vergroten.)

HT, 18 juni 2025

In de Volkskrant van 14 juni staat een artikel van Sasja Janssen (Wat een rijkdom, wat een bloei) over het boek Een nieuw geluid – De geboorte van de moderne poëzie in Nederland 1900-1940, geschreven door Gillis Dorleijn en Wiljan van den Akker en het omvat maar liefst 1262 pagina’s.
Simon Vestdijk, hoe kan het anders, wordt er ook in vermeld.
Ze schrijft onder andere het volgende.
‘Gelukkig kun je als dichter niet uit jezelf treden, er precies de vinger op leggen wat je poëzie doet of moet, anders zou er weinig avontuur meer aan het maken te beleven zijn. Net als een goed gedicht iets raadselachtigs heeft, als een glanzende kiemcel (Vestdijk), is het dichterschap dat voor mij evenzeer.’
(De glanzende kiemcel verwijst ook naar het gelijknamige beschouwend prozawerk over de dichtkunst van Simon Vestdijk uit 1950.)
Kees Blankendaal, 16 juni 2025