Oude meesters als ijkpunt

Rob Schouten recenseert voor ‘Letter & Geest’ (Trouw, 6 juli) Trocadéro, de tweede roman van John-Alexander Janssen. Hij is lovend over deze roman waarin het gaat over een Nederlandse jongeman die in Parijs belandt, daar volwassen wordt en rechter wil worden. Aan het begin en eind van zijn bespreking verwijst Rob Schouten naar twee oude meesters. Hoe de roman opent zegt Schouten genoeg: ‘Na zo’n begin weet je: dit wordt een klassieke roman, in de trant van W.F. Hermans.’

Maar het slot vindt Schouten minder geslaagd door allerlei ‘warmmakertjes’ over een ontknoping die tot reflectie zou uitdagen. Dat valt tegen en hierbij beroept Schouten zich op Vestdijks essay over ‘Het pernicieuze slot’. Hierin gaat Vestdijk in op het schadelijke einde van veel romans, dat veroorzaakt wordt omdat de schrijver moeite heeft een einde aan zijn roman te maken.

WvW, 13 juli 2019

Terug omhoog

Voorlezen tijdens de afwas

In juni 2019 verscheen als deel 6 van Elseviers Literaire Bibliotheek W.F. Hermans, Weg met de revolutie!, met daarin verzameld de stukken die Hermans tussen 1986 en 1993 voor het blad schreef.
Op 6 oktober 1990 schreef Hermans een recensie over Maarten ’t Hart, Een dasspeld uit Toela. De meester was er kennelijk goed voor gaan zitten, want het stuk telt 11 pagina’s en daarin wordt ’t Hart nogal ironisch bejegend. Hermans reageert bijvoorbeeld op een bewering over Vestdijk. Het is tè leuk om niet integraal te citeren.
‘De volledige werken van Vestdijk! Maarten heeft ze, zoals hij elders eens meedeelde, nota bene volledig aan zijn vrouw voorgelezen onder de afwas. Tachtig romans. Veronderstellen we dat tachtig romans van Vestdijk 24 duizend pagina’s tellen (een lage schatting), nemen we aan dat het gezinnetje ’t Hart uit twee personen bestaat (over kinderen heb ik hem nooit gehoord) en dat er dus dagelijks 2 borden, 2 messen, 2 vorken, plus de pan waarin ze de piepers hebben gekookt moeten worden afgewassen, dan kan Maarten per dag toch op z’n hoogst tien bladzijden hebben voorgelezen, zelfs als mevrouw ’t Hart heel langzaam afgewassen heeft. Het voorlezen van Vestdijks werken heeft hem derhalve een kleine zeven jaar gekost, mits er elke dag is afgewassen en voorgelezen.’ (p.337)

FH, 10 juli 2019

Terug omhoog

Brakman & Vestdijk in de scheurkalender

Willem Brakman en Simon Vestdijk correspondeerden in de jaren zestig veelvuldig. De briefwisseling werd bezorgd door Nico Keuning in Gaven, giften en vergiften. Als bedrijfsarts kon Brakman aan medicijn komen en bezorgde deze aan de door hem bewonderde Simon Vestdijk. Allerlei pillen stuurde hij hem toe voor zijn depressies. Op een kaartje van 30 januari  1962 meldt Brakman: Hierbij 50 tabl. Librium à 5 mg. (ik koos net als bij de vorige zending de laagste dosering). Het is opgenomen in de Das Mag Scheurkalender  en voegt ter toelichting toe:  ‘Ondertussen werd er natuurlijk ook nog over literatuur & vrouwen gedelibereerd’.

WvW, 14 juni 2019

Terug omhoog

Leeftijd, keuze en dwang

Wat maakt een boek tot een goed boek? Daarover verschillen de smaken aanzienlijk. Schrijver dezes las lang, heel lang geleden op zestienjarige leeftijd Vestdijks Ivoren Wachters voor de leeslijst op de middelbare school. Deze keuze (!) zorgde ervoor dat hij nooit meer van Vestdijk ‘genas’ alsof er zich een vestdijkgen in het brein had genesteld. Dat dit lang niet voor iedereen geldt, blijkt in het interview met Hanna Bervoets in De Groene Amsterdammer in de serie ’21 vragen aan….’ Ook zij krijgt de vraag voorgelegd ‘Welk boek zou iedereen op zijn achttiende gelezen moeten hebben?’ Bervoets van wie juist haar autobiografische roman Welkom in het rijk der zieken is verschenen, antwoordt: ‘Op mijn veertiende moest ik Ivoren Wachters van Vestdijk lezen en dat vond ik toen zo saai dat ik daarna een jaar lang geen boek meer open deed.’

Veertien en zestien jaar, keuze en dwang…wat is het doorslaggevend verschil?   Wie zal het zeggen. Bervoets zelf vindt dat tieners niets zouden móeten lezen.

WvW, 28 mei 2019

Terug omhoog

Het lot van de contemporaine roman

Dezer dagen las ik een essay van Gloria Wekker, waarin zij op zoek gaat naar ‘een nieuwe kunst van samenleven voor het land waarin wij willen wonen.’ Haar bron hiervoor is opmerkelijk. Zij herleest (‘kritisch’) Het land van herkomst van Eddy du Perron, een klassieker in onze literatuur uit 1935. Destijds verschenen als contemporaine bildungsroman. In haar essay ‘Jasmijn en maanlicht’ (De Groene Amsterdammer, 23 mei) zijn haar bevindingen te lezen ‘als het gaat over gender, ras/etniciteit, klasse en seksualiteit.’

Over het resultaat kan ik kort zijn: ‘De empathische Du Perron blijft toch ten diepste gevangen in een koloniaal en seksistisch wereldbeeld.’ Het basisprincipe van het koloniale samenleven was ‘(…) dat wij, witten, niet hetzelfde zijn of moeten worden als zij, dat wil zeggen niet verindischen.’

Alle contemporaine romans worden op den duur historische romans, schreef Vestdijk ooit. Dat hoeft geen noodlot te zijn; als tegenbeeld van het heden kan de roman een verdienste behouden, nog afgezien van de literaire kwaliteiten.

WvW, 24 mei 2019

Terug omhoog

Kalender: Actueel

december 2019
M D W D V Z Z
« nov    
 1
2345678
9101112131415
16171819202122
23242526272829
3031  

Categorieën