Kees van Kooten: ‘Vestdijk was zo’n Nachtwacht’

Het is Boekenweek, daar kan niemand om heen, want het thema ervan heeft nogal wat tongen losgemaakt en de publiciteit gehaald. Het thema gaat over rebellie en over dwarse denkers. In de VARAGIDS van 2 maart bezoekt Ronald Giphart Kees van Kooten om te horen hoe zijn ‘Leesleven’ er heeft uitgezien. Welke schrijvers hebben Kees van Kooten geïnspireerd en wat wil hij per se nog lezen? De cabaretier en schrijver herinnert het zich allemaal nog goed, zowel de schrijvers die hij wel las en wie hij niet las, maar eerst vertelt hij wat hem zo opvalt. Ondanks de steeds dikkere kranten wordt er zo weinig aandacht aan kinderen besteed. ‘Er staan geen kinderstrips meer in de krant. ’Geen Tom Poes, geen Kapitein Rob.’ Is het dan vreemd dat kinderen niet meer willen lezen?

Door Wim de Bie kwam hij in aanraking met experimentele dichters, de Vijftigers en al gauw valt de naam van Remco Campert. Maar zijn leesleven reikt veel verder, ook over onze landsgrenzen heen, zoals Nabokov, Kerouac en Updike. Iedere levensfase zorgt voor nieuwe boeken en nieuwe schrijvers. Gevraagd naar de Nederlandse literatuur mag hij ‘onder geen beding Gerrit Komrij vergeten.’ Wolkers, Mulisch, Hermans heeft hij wel gelezen, maar met hen had hij niet veel op.

Van Kooten is in een levensfase waarin hij zich druk maakt over wat hij nog niet heeft gelezen. Laatst had hij zo’n ervaring, want hij had nog niets van Simon Vestdijk gelezen. Bij antiquariaat Pieneman ruilde hij een stapeltje boeken in voor een stapeltje Vestdijken. Hij las Ivoren Wachters: Ik was meteen geraakt. Direct daarna las hij De koperen tuin, ‘ook geweldig.’ Er is gezien zijn leeftijd nu ‘het risico dat je iets laat liggen dat je gelezen móet hebben. Dat je om de hoek woont van de Nachtwacht, maar nooit de tijd vond om even te gaan kijken. Simon Vestdijk was zo’n Nachtwacht.’

Tip: Kijk zaterdag 14 maart op NPO2, 10.45 uur: Rebellie bij Van Kooten en De Bie

WvW, 14 maart 2020

Terug omhoog

Astrologie weer populair

Daar kijk je toch van op! In de NRC (15 februari) beweert dichter en criticus Alkema dat astrologie weer in is onder hoogopgeleide randstedelijke vrouwen en ook in de lhbti-scene. Het werkt statusverhogend onder de millennials. Astrologie-accounts hebben honderdduizenden volgers. De achtergrond hiervan zou gelegen zijn in de behoefte aan ‘orde in de chaos’, want het is zo helder als de stand van de sterren je leven voorspelt. Een geslaagd leven staat in de sterren, maar ook een mislukt leven en dan heb je een excuus. Maar is dat wel zo? Simon Vestdijk schaamde zich eigenlijk voor zijn astrologie-fascinatie. Hij nam een kloek besluit en onderzocht de wetenschappelijke pretentie van de astrologie. In Astrologie en wetenschap deed hij kond van zijn bevindingen: astrologie is geen wetenschap, maar een geloof. En geloof is onuitroeibaar, ook voor hemzelf: hij bleef horoscopen trekken…

WvW, 15 februari 2020

Terug omhoog

‘Iedere tijd heeft zijn eigen snelheidsduivel’

Peter Buwalda heeft een probleem: er zijn schrijvers die ‘onbegrijpelijk veel publiceren en je hebt schrijvers die ‘het rustiger aandoen.’ Het gekke is dat: ‘Erg veel boeken fascineert, erg weinig boeken ook’. Zelf vindt hij de eerste types ‘bedrukkender, de zogezegd ontremden, de Balzacs, de Trollopes, de Vestdijks. Hij verdenkt de laatstgenoemde ervan expres de periode waarin hij aan de roman had geschreven onderaan te noteren, ‘om het in te wrijven.’ Die veronderstelling is niet zo gek, want had Vestdijk niet gezegd dat je van schrijven niet zo moe werd, omdat je erbij kan blijven zitten?

Van de schrijvers die het rustiger aandeden, bespreekt Buwalda de tragiek van Truman Capote die de verschijning van zijn geplande magnum opus Answered Prayers steeds moest uitstellen. Begin 1968 had het zullen verschijnen,   het werd uitgesteld tot 1973, 1975 en toen hij in 1984 stierf  was er Wham! Niet de band, maar ook niet het boek. (Volkskrant, 14 februari). Het had een enorme Proustiaanse tell all moeten worden.

‘Iedere tijd heeft z’n eigen snelheidsduivel’; ook in ons land. Buwalda noemt geen naam, maar verklapt wel dat hij even oud is als hijzelf. Schreef tot voor enige tijd in deze krant ‘elke dag op de voorpagina ‘voetnoten’, zes stuks per week. Nu niet meer, maar wel op zijn instagram, vandaag nummertje 433.’

WvW, 14 februari 2020

Terug omhoog

In de kraamkamer van de grijs-discussie

Tot de Bevrijdingsdag bespreekt Letter&Geest elke week een oorlogsklassieker. Op 1 februari is dat Pastorale 1943 van Simon Vestdijk. Deze roman was een riskante onderneming, volgens Rob Schouten, want Vestdijk schreef de roman ‘heet van de naald’ in 1945; verscheen als feuilleton in 1946 en in 1948 als boek. Vestdijk geeft ‘een relativerende kijk op de dan nog heilige illegaliteit’ als eerste grote schrijver. Later zou W.F. Hermans volgen met De donkere kamer van Damocles, dat eveneens niet vrij was van een kritische blik op ’s lands oorlogsverleden. In Pastorale 1943 is alles dubbelzinnig. Al kreeg de auteur er een literaire prijs voor, het duurde tot 1966 eer er een tweede druk verscheen. Het beeld van de ‘knullige helden’ is hem kennelijk niet in dank afgenomen. Toch is Vestdijks kritische blik salonfähig geworden, want de geschiedenis leerde dat het niet allemaal heldendom was wat er blonk in ons land. Schouten: ‘Zijn roman is daarmee in zekere zin de, zeer vroege, kraamkamer van de grijs-discussie, het is het eerste literaire werk dat de ethische stellingnames rond de Tweede Wereldoorlog in twijfel zou trekken (…).’

WvW, 1 februari 2020

Terug omhoog

‘Merkwaardig: hij had een juiste smaak.’

Herman de Coninck (1944-1997) kreeg in 2017 zijn biografie van de hand van Thomas Eyskens. Vorig jaar lag deze biografie al in de ramsj bij De Slegte. Altijd een goed moment om in de leesfauteuil het werk eens te scannen aan de hand van het trefwoordenregister. Vestdijk is er goed in vertegenwoordigd en hieruit blijkt dat De Coninck, de Vlaamse dichter, veel aan hem heeft te danken. Tal van Nederlandse dichters heeft hij via Vestdijk leren kennen. Hierin speelde de bundel Voor en na de explosie over De vijftigers een belangrijke rol. Paul Snoek, Pierre Kemp, Chris van Geel, Ida Gerhardt en Wilfred Smit, steeds werd Vestdijk ‘een vertrekpunt voor Hermans poëziekritiek.’ Vestdijk, zo schreef De Coninck, ‘was iemand die elke poëziebundel zijn eigen normen liet bepalen, en de vraag was minder: beantwoordt deze poëzie aan mijn eisen, als wel beantwoordt ze aan haar eigen eisen. (…).’ Vestdijk was eigenlijk des te merkwaardiger omdat hij een voor mij nogal juiste smaak had.’ Dat mistte De Coninck ‘totaal’ bij de meesten die academisch over poëzie schrijven.

WvW, 31 januari 2020

Terug omhoog

Kalender: Actueel

september 2020
M D W D V Z Z
« aug    
 123456
78910111213
14151617181920
21222324252627
282930  

Categorieën