Tepperiaans eerbetoon

de-kunst-is-mijn-slagveld

Postuum verscheen Nanne Teppers dikste boek: De kunst is mijn slagveld. Maar liefst zevenhonderd pagina’s brieven in de periode 1993-2001 van Tepper zijn verschenen;  een periode dus dat Tepper nog een beginnend schrijver was. In 1995 won Nanne Tepper de Anton Wachterprijs voor zijn debuut De eeuwige jachtvelden. Hij werd ontdekt als een veelbelovend talent. Van Vestdijk moest Tepper niet veel hebben, alhoewel…misschien was er toch een soort haat-liefde verhouding tot de oude meester. Zijn tirades keren zich behalve tegen bekende schrijvers –Mulisch, Palmen, Kellendonk- ook tegen Vestdijk. Weliswaar ‘was niet alles wat Vestdijk schreef belatafeld’ (p.113), maar het is niet mis als je over Terug tot Ina Damman schrijft dat ‘de opening wel zo’n beetje het ergste is wat ooit geschreven is’(p. 547). Eerder had hij de roman afgedaan als ‘zoveel onverteerbare kolder’. Uitzondering op zijn afkeuring vormde de Victor Slingerland-trilogie, waarin hij ‘de humor van ventje Vestdijk’ ontdekte (p.169). Het gaat hierbij vooral om een scene die Tepper  kernachtig samenvat: ‘Meneer met meisje op de hei. Meneer wil een zoentje kwijt. Meisje zegt: ‘Ach nee meneer, verpest het nou niet’ (p.169). Tepper vindt vooral de laatste zin zo geestig dat hij deze in verschillende brieven herhaald.

Toch valt op dat Tepper Vestdijk blijft lezen, bijvoorbeeld al zijn muziekboeken die hij ‘prikkelend’ vindt, maar in het geval over Mahler dan toch omdat hij er helemaal niet mee eens is. In 1995 wordt Tepper genomineerd voor de Anton Wachterprijs en schrijft dan de veelzeggende zin: ‘Na het schofferen van Vestdijk (hoewel het toch meer een Tepperiaans eerbetoon betrof) kan ik de Anton Wachter prijs ook wel schudden, natuurlijk.’

WvW, 23 januari 2016

Kalender: Actueel

augustus 2022
M D W D V Z Z
« jun    
1234567
891011121314
15161718192021
22232425262728
293031  

Categorieën