Ingezonden brief van Wim Hazeu, NRC, 16 juni 2011

Arjen Fortuin vroeg zich (Boeken, 03-06-11) af of Vestdijk in het Fries is vertaald. Jazeker, in 1970 kwam de Friese vertaling van De koperen tuin uit. Van deze titel verscheen dit jaar in de gebonden Perpetua Reeks de 23ste druk. Eveneens gebonden werd dit jaar het oerboek Kind tussen vier vrouwen herdrukt (Atlas), en vorig jaar het boek over Mahler (De Bezige Bij), maar in paperback. Om te schrijven over ‘het wat sleetse merk Vestdijk ’ is wat somber gesteld, zeker als men weet dat er ook nog tweemaal per jaar de Vestdijkkroniek verschijnt. Onlangs nog aflevering 117!
Wim Hazeu, Baarn

Terug omhoog

Vullings bepleit Vestdijk anders te lezen

De aanleiding is de verschijning van De koperen tuin in de Perpetua reeks als een van de honderd beste boeken uit de wereldliteratuur*. Jeroen Vullings herleest deze door Vestdijk zelf zo gewaardeerde roman. Ooit las Vullings de roman als achttienjarige in 1981. Herlezing dertig jaar later brengt hem tot het inzicht dat De koperen tuin ‘lezers vereist die al een initiatie in het leven achter de rug hebben’. De hernieuwde kennismaking mondt bovendien uit in een beschouwing over hoe we Vestdijk in de eenentwintigste eeuw moeten lezen.

De Vestdijkkunde heeft De koperen tuin als muziekroman én als liefdesroman gekenschetst. Beide zijn natuurlijk waar, maar in de eenentwintigste eeuw is ‘de wereld fors veranderd’. De wereld waarin Nol en Trix figureerden is er niet meer; hun leven speelt zich af in ‘een vervlogen tijd’. Dat betekent dat de hedendaagse romans van weleer, ook De koperen tuin weliswaar ‘niet bedoeld zijn als historische romans’,   toch zo gelezen moeten worden in de eenentwintigste eeuw. Het ging Vestdijk, zo betoogt Vullings in ‘Terug tot Vestdijk: niets ontziend en empatisch’ ( VN, 14 mei 2011) om psyche, liefde, muziek, kunstenaarschap en provincialisme, om universalia. Deze zijn niet meer te lezen als een ‘al dan niet schokkende zedenschets (…), maar als historisch proza over voorbije tijden. Vestdijk doet dat ‘met zo’n levenskracht, zo beeldend, rijkgeschakeerd en fijnmazig (…) dat het (wederom) als literair ijkpunt zou moeten dienen.

* S. Vestdijk, De koperen tuin, Perpetua reeks,
   Atheneum-Polak & Van Gennip, 293 p., €24,95

WvW, 15 mei 2011

Terug omhoog

‘Schrijversweduwen mogen meer dan vroeger’

In de Volkskrant van 4 en 11 mei jl. laat Joost Zwagerman zijn licht schijnen over het dilemma van schrijversweduwen: zwijgen of spreken? Hij signaleert dat weduwen tegenwoordig een stuk openhartiger mogen zijn dan vroeger. Zwagerman legt zijn meetlat langs Mieke Vestdijk, Connie Palmen, Kristien Hemmerechts, Lilian Blom en Anneke Stehouwer. Waar Mieke Vestdijk geen goed kon doen en haar verweten werd ‘als een kloek op de kunstwerken van haar man te zitten’ is de slinger wel helemaal doorgeslagen naar ‘zélf schrijvende weduwen, die niet afschermen maar juist uiterst mededeelzaam zijn’. Aanvankelijk moesten deze zelf schrijvende weduwen zich nog wel verdedigen. Zo oogstte Connie kritiek dat zij haar verdriet met I.M. te gelde maakte. Kristien Hemmerechts voelde zich ‘teruggefloten’ toen zij opvattingen over het werk van haar man Herman de Coninck publiceerde in Taal zonder mij . Lilian Blom bleef verschoond van elk moreel voorbehoud toen zij afscheid nam van Louis Ferron met De tuinkamer.
Dat morele voorbehoud maakt Zwagerman wel bij Anneke Stehouwer. Zij gaat nog een stap verder met haar onlangs verschenen Het evenwicht. Zij neemt hierin mails op van Martin Bril die niet voor de ogen van de lezer bedoeld waren, zoals een mail aan de relatiecoach van het echtpaar. Zwagerman:’Had Martin Bril die mails gedelete als hij zou hebben vermoed dat Anneke Stehouwer ze na zijn dood zou publiceren?’. 

WvW, 11 mei 2011

Terug omhoog

Voorlopig geen monument voor Vestdijk in ‘het dorp van de donder’

Er komt voorlopig geen monument voor Vestdijk in Doorn. Om financiële redenen kreeg een petitie met 300 handtekeningen ten tweede male geen gehoor bij de gemeente Doorn. Meer hierover in een artikel van Nieuwsblad DeKaap.nl & Stichtse Courant.nl van 29 april jl. (naar het artikel).erepenning Doorn

Vestdijk heeft vanaf 1939 altijd in Doorn gewoond.  Onlangs verscheen bij uitgeverij Mycena Vitilis een bundel verhalen en gedichten van Vestdijk die betrekking hebben op Doorn, ‘het dorp van de donder’. Op de voorkant van deze Doorn-Bundel is een afbeelding geplaatst van de erepenning van de gemeente Doorn die in 1968 aan Simon Vestdijk werd uitgereikt. Deze penning is gemaakt door de Doorns-Oostenrijkse kunstenaar Fritz Jaritz.

De Doorn-Bundel is te bestellen via www.svestdijk.nl.

HT, 5 mei 2011

Terug omhoog

Gesignaleerd:

Zacht Lawijd  nr. 10-1, p.3-25.

Van Vliet voltooit onderzoek naar Vestdijks romandebuut

Meneer Visser's Hellevaart Het debuut van Vestdijk als romancier slaagde pas nadat hij zich conformeerde aan het heersende literaire klimaat. Dat lukte met Terug tot Ina Damman. Twee eerdere pogingen die geïnspireerd waren op lectuur van modernistische romans uit de Europese literatuur werden afgewezen: Kind tusschen vier vrouwen (Proust) en Meneer Visser’s hellevaart (Joyce). Tot deze conclusie komt H.T.M. van Vliet in zijn artikel ‘Driemaal is scheepsrecht!’ in het literair-historische tijdschrift Zacht Lawijd.

Zoals bekend, werden tot tweemaal toe boeken waarmee Vestdijk wilde debuteren afgewezen. KVV verscheen pas na zijn dood; MV mocht pas na ID in gecensureerde vorm verschijnen.   Vestdijk ‘werd daarin gedwarsboomd door een bange uitgever en een bekrompen literair klimaat’, aldus Van Vliet. Zijn ‘modernistische romanexperimenten werden niet gewaardeerd’ en het was nog gebruikelijk om literatuur te beoordelen ‘naar goede zeden en een duidelijke moraal’.

Van Vliet is gespecialiseerd in editiewetenschap. Vorig jaar ontving hij voor de editie van KVV en zijn onderzoek naar de tekst- en ontstaansgeschiedenis van deze roman de Ina Dammanprijs. In het nu verschenen artikel in Zacht Lawijd gaat hij in op het ontstaan van MV, een van ‘de kroonjuwelen’ van Vestdijk. Eerder verdiepte Van Vliet zich in ID. (zie Vestdijkkroniek, nr. 108). Nethandschrift van Meneer Visser's hellevaart

In tegenstelling tot Frankrijk is de ‘critique génétique’ in ons land weinig bekend. De idee achter deze onderzoeksmethodiek is dat studie naar het ontstaan, de verschillende tekstvarianten en de bronnen van een manuscript inzicht verschaft in het creatieve proces, in de werkwijze en mogelijk ook de psyche van een auteur.

Van Vliet heeft deze methodiek toegepast op de drie debuutpogingen van Vestdijk. Met zijn onderzoek toont Van Vliet aan dat er vele overeenkomsten zijn in stijl en inhoud tussen KVV en MV.   Maar zijn debuut als romancier slaagde, nadat hij ‘de vrije associatieve stijl had ingeruild voor een meer zakelijke manier van vertellen’ in ID. Deze sloot aan bij ‘het heersende literaire klimaat’.

WvW, 25 april 2011

Terug omhoog

Kalender: Actueel

februari 2019
M D W D V Z Z
« jan    
 123
45678910
11121314151617
18192021222324
25262728  

Categorieën