Angst

1979-het-wezen-van-de-angst

Als Marja Pruis in De Groene Amsterdammer van 29 januari 2015 de angst moet uitleggen die de columniste Renate Rubinstein voelde, wanneer zij dacht aan de kritiek op haar persoon en werk in een volgend nummer van het studentenblad Propria Cures, schrijft zij: ‘Pas als ze alleen is, slaat de angst toe: ijskoud, wurgend, niet aflatend. In een luttele drie pagina’s [in Niets te verliezen en toch bang] roept ze iets op waarvoor Vestdijk in diens Het wezen van de angst zo’n driehónderd pagina’s nodig had. Al slaat die vergelijking natuurlijk nergens op.’ Dat laatste mag misschien zo zijn, maar toch is het goed dat op Vestdijks inventariserende en niet verouderde studie over de angst wordt gewezen.

WH, 1 februari 2015

Terug omhoog

Verborgen verleider

arie-storm-luisteren-hoe

Wie argeloos aan de roman uit 2013:  Luisteren hoe huizen ademen van Arie Storm (1963) begint, kan genieten van een satire van het literaire- en het omroepwereldje in Nederland, geschreven in korte zinnen. Totdat hij plotseling op bladzijde 61  verrast wordt door een geheel andere stijl in het volgende citaat: ‘In de namiddag hadden langgerekte witte wolken met de vage allures van gerafelde zwaardvissen een zomerse hemel bezeild. Thans woei er een herfstige nachtwind, die het zweet in de oksels onder de overjassen huiveringgevend deed opdrogen; en tussen de wolken zwierf een enkele winters flonkerende ster.’ Op de volgende bladzijde lees je dat het regels zijn uit De kellner en de levenden van Vestdijk, die geciteerd worden door het personage Eddie Maan. Deze professor kent hele stukken Vestdijk uit zijn hoofd, waar overigens nooit iemand naar vraagt. ‘Je had er niets aan, aan die kennis.’ Een citaat van Vestdijk als een verborgen verleider in een hedendaagse roman! Arie Storm had in elk geval wél wat aan zijn kennis van Vestdijk.

WH, 31 december 2014

Terug omhoog

Zomaar een zondag…

33-de-ziener

Het is zondag, 27 december 2014. In het t.v.-programma Buitenhof zegt ‘s middags de interviewer tegen biograaf Cees Fasseur (Wilhelmina; Juliana en Bernhard; Gerbrandy) dat hij toch wel een voyeur is in zijn werk. Fasseur antwoordt: Noem me liever een ziener, naar De ziener, een roman van Vestdijk. Die avond leest voor de televisie Vestdijk in het programma Dode Dichters Almanak zijn bekende gedicht ‘De uiterste seconde’ voor, dat hij in de oorlog in het gijzelaarskamp schreef en opdroeg aan Ans Koster. (zie Uitzending Gemist). Tweemaal Vestdijk op de televisie op zomaar een zondag…

WH, 30 december 2014

Terug omhoog

Terug omhoog

Met welke romanfiguur viert u oudjaar?

_ves001201001ill0062

Heeft u wel eens nagedacht met welke romanfiguur u het liefst oudejaar zou willen vieren? Vestdijk deed dat, daartoe uitgenodigd door Het Vrije Volk. Zijn antwoord stond in die krant op 31 december 1957. Vestdijk: ‘In elk geval niet met een van mijn eigen romanfiguren, al is daarbij de kunne van beslissende betekenis.’ Even overweegt hij ‘Natasja Philippowna, Clawdia Chauchat, Eline Vere, Corrie Scheendert en (of) mrs. Marion Bloom’, maar Vestdijk vreest dat u hem ‘niet zou geloven of van sentimentaliteit (zou) betichten.’ Hij werpt ‘het roer dus om’, en noemt dan Arthur Ducroo. ‘Met dien verstande, dat ik zou willen, dat E. du Perron, wiens alter ego dit is, nog in leven zou zijn.’

WvW, 28 december 2014

Terug omhoog

Kalender: Actueel

april 2021
M D W D V Z Z
« mrt    
 1234
567891011
12131415161718
19202122232425
2627282930  

Categorieën